Wânne vogelpraot bij.......

      

Geert van de Geijn

En de goudvinken gaan mee de trein in……

Ja, zult u denken, waar heeft hij het nu weer over. Nou dat zal ik u vertellen. Hoe ver ga je in je vogelhobby. Als het aan Geert ligt heel ver. (in de ogen van sommige mensen)

Geert verteld over zijn passie:

Ik houd mij voornamelijk bezig met het kweken van goudvinken en verschillende mutaties hierin. Daarnaast kweek ik ook nog agaat rood mozaďek kanaries, waarmee ik ook naar de tentoonstelling ga.  Mijn vogelhobby begon al vroeg. Mijn opa en vader hebben altijd vogels gehad en dit heb ik gewoon meegekregen. Ik ben begonnen met een gezelschapsvoličre.

Toen mijn vader stopte met het houden van vogels heb ik dat overgenomen. Dat was ongeveer 20 jaar geleden. Ik ben toen ook gelijk lid geworden van de vogelvereniging. Het gezamenlijk houden van diverse vogels was het toch niet helemaal. Er moest een keuze gemaakt worden. Waterslagers, dat leek mij wel wat. Maar al gauw bleek dat ik niet kon horen of deze waterslagers wel over de juiste zang beschikte. Waterslagers is toch wel een apart verhaal. Ik heb toen maar besloten om over te stappen op wild. In eerste instantie de kleine putters en goudvinken en later de grotere soorten. Ook heb ik in die tijd kanaries aangeschaft om de eitjes uit te laten broeden. De keuze viel toen op agaat rood mozaďek waar ik dus op een gegeven moment ook jongen van kreeg en deze ook op de tentoonstelling ging zetten. Dit jaar had ik van 8 koppels 40 jongen.

Maar het meest houd ik toch wel van de wildzang. Ik kweek op dit moment goudvinken wildkleur en bruin pastel. Met Putters kweken ben ik gestopt omdat deze vogels erg gevoelig zijn voor ziektes enz. Voor volgend jaar wil ik ook gaan proberen om de gele goudvink te kweken. Het kweken gebeurd bij mij in kweekboxen en broedkooien. Je moet altijd oppassen dat je niet teveel vogels hebt, omdat je ze anders niet meer kunt huisvesten en je er teveel tijd mee kwijt bent om te voeren. Ik sta elke dag vroeg op. Dat komt ook omdat ik altijd vroege dienst heb (heeft wel zijn voordelen). Voor 5 uur ’s morgens ben ik al bezig met het geven van voer . Het voer bestaat uit, eivoer van Witte Molen, pinkies en een goed vogelzaad. Dit krijgen bij mij zowel de goudvinken als de kanaries. De goudvinken krijgen ook nog bessen van “de Gelderse roos”. Hier groeien de jongen best van. Monique helpt mij altijd mee omdat er ook eitjes geraapt moeten worden. Als er dan jongen zijn en deze worden door de ouders niet (goed) gevoerd dan neem ik ze gewoon mee de trein in en voer ze daar met de hand. Ook kijk ik elke avond of de pop wel  op het nest gaat zitten. Doet ze dat niet, dan haal ik het nest er gewoon even uit en zet deze dan voor de nacht in een warmtekast en plaats het nest ’s morgens weer terug.

 

Al deze inspanningen werpen wel hun vruchten af. Dit jaar van 4 koppels goudvinken, 23 jongen groot gekregen. Toch geen slecht resultaat.

 

Over het schoonmaken van de kooien en vluchten nog even het volgende. Tijdens het broedseizoen, mei tm juli, maak ik wel de lades goed schoon, maar verder laat ik ze zoveel mogelijk met rust. In maart wordt alles dan grondig gereinigd en geschilderd. Buiten het broedseizoen wordt natuurlijk alles wel goed schoongemaakt en bijgehouden. In de winter zet ik dan ook plexiglasplaten voor de voličres om de ergste kou buiten te houden.

Nog even wat over onze vereniging. Wat ik belangrijk vind is dat het een gezellige vereniging is, waar we gezamenlijk moeten proberen er iets goeds van te maken. Zeker tijdens een tentoonstelling is het belangrijk dat we laten zien dat we een gezellige vereniging zijn. Als iedereen daar zijn steentje aan bijdraagt zal dat zeker gebeuren.

Nou Geert, daar hoef ik niets meer aan toe te voegen. Geert en Monique, bedankt voor de koffie en heerlijke slagroomtaart en dit fantastische interview.

Klik hier voor meer foto's